•    Gedicht X

     

    Keuvelend met verliefde kronen

     

    Keuvelend met verliefde kronen,

    Ruischend de een, rits'lend de ander,

    Zijn beuk en berk gaan samenwonen

    Als lotgenoten van elkander,

     

    In zulk een inn'ge eendracht, dat

    Men aan de witte schors moet vragen

    Wie of het berkenloof zal dragen

    En wie in ’t najaar ’t bruinste blad.

     

    Hier even breed, daar even smal,

    Stroomen hun stammen naar beneden,

    Uitwijkend, hunk'rend en tevreden,

    Geven en nemen, een en al,

     

    Tot waar de saamgevoegde wortel

    De strengheid voedt van ’t mijn en dijn

    Alsof met een onzichtb're mortel

    De grensvlakken bestreken zijn.

     

    Maar lager, diep onder de aarde,

    Daar heerscht de nijd van ’t voorgeslacht,

    Dat waterdruppelen vergaarde

    Met harig zuigende overmacht,

     

    Elkaar verdringend, moord beramend,

    In zulk een schennis van ’t verbond,

    Dat elk der wezens zich zou schamen,

    Wanneer ’t kon schouwen in zijn grond.

     

    Dichter: Simon Vestdijk

    Bundel: Fabels met kleurkrijt

Beuk en Berk

©

Jeannette van der Linde-Germeraad

Textiel

meer werk

Menu